Beschermd wonen voor 7 personen met een autismespectrumstoornis

 

Ouders van kinderen met een verstandelijke, psychische of meervoudige beperking, die zelf een woongroep oprichten en samen de zorg inkopen. Halverwege de jaren 90 kwamen deze initiatieven voor het eerst van de grond. Ontstaan om zelf de regie te houden over zorg, of omdat een zorginstelling niet aan de behoeften voldoet. Inmiddels zijn er tussen de 300 en 500 wooninitiatieven van ouders voor kinderen. Het Sociaal Cultureel Planbureau deed er onderzoek naar en pleit voor meer ondersteuning.

Heleen Vink (67) en haar man (73) richten samen met andere ouders in 2002 de woongroep Woondroom op in Schiedam. Hun zoon Job is autistisch en niet in staat om volledig zelfstandig te wonen. “Om niet te ontsporen heeft hij elke dag begeleiding nodig. Iemand moet hem helpen met zijn persoonlijke verzorging, zorgen dat hij op tijd opstaat en zijn medicatie slikt. Hij heeft hulp nodig met geld en boodschappen doen en iemand moet erop toezien dat hij genoeg beweegt in verband met zijn overgewicht”, schetst zijn moeder Heleen het zorgbeeld van Job. Ondanks zijn hulpbehoevendheid komt hij niet in aanmerking voor geld voor langdurige zorg. En een zorginstelling werkte niet voor Job. “Daar heb je vaak geen zeggenschap over de zorg die hij krijgt, of met wie hij op de groep leeft. Bovendien wisselt zo’n groep vaak van samenstelling en dat is niet prettig voor mensen met autisme”, zegt Heleen.

Contact met andere ouders van kinderen met autisme leidt uiteindelijk tot de oprichting van een woongroep voor - inmiddels - zeven jong-volwassenen in Schiedam. Met geld uit het persoonsgebonden bugdet van hun kinderen kopen ze gezamenlijk zorg en begeleiding in.

Verantwoordelijkheidsgevoel

“Veel ouders die zo’n woongroep oprichten voor hun kinderen zijn enorm gedreven mensen, met een enorm verantwoordelijkheidsgevoel”, zegt onderzoeker Inger Plaisier van het Sociaal Cultureel Planbureau. “Het kost veel doorzettingsvermogen en organisatietalent, want het is door alle regelgeving en veel betrokken partijen behoorlijk ingewikkeld.” Ze sprak adviseurs en zocht de ouders op die zo’n 20 jaar geleden de eerste wooninitiatieven opzetten. Samen met onderzoeker Mirjam de Klerk bekeek ze wat maakt dat een woongroep succesvol is, en hoe zij zelf de toekomst zien. “De groep moet goed met elkaar door een deur kunnen, zowel ouders als bewoners. Maar vooral dat ouders ‘de baas’ over de zorg blijven - en niet de zorgaanbieders of gemeente - is essentieel.”

Klik hier om het item te bekijken.

 

 

 

 

Copyright © 2016. All Rights Reserved.